145.Ai ziet! hoe goed, hoe lief'lijk is 't
Christelijke LevenswandelPresentatie
1
Ai ziet! hoe goed, hoe lieflijk is 't dat zonen
van 't zelfde huis als broeders samen wonen,
daar 't liefdevuur niet wordt verdoofd;
't is als de zalf op 's Hogepriesters hoofd,
de zalf, waarmee hij is aan God gewijd,
die door haar reuk het hart verblijdt.
van 't zelfde huis als broeders samen wonen,
daar 't liefdevuur niet wordt verdoofd;
't is als de zalf op 's Hogepriesters hoofd,
de zalf, waarmee hij is aan God gewijd,
die door haar reuk het hart verblijdt.
2
Die liefdegeur moet elk tot liefde nopen,
als d' olie die, van Arons hoofd gedropen,
zijn baard en klederzoom doortrekt;
z' is als de dauw, die Hermons kruin bedekt,
die Zions top met vruchtbaar nat besproeit,
en op zijn bergen nedervloeit.
als d' olie die, van Arons hoofd gedropen,
zijn baard en klederzoom doortrekt;
z' is als de dauw, die Hermons kruin bedekt,
die Zions top met vruchtbaar nat besproeit,
en op zijn bergen nedervloeit.
3
Waar liefde woont, gebiedt de Heer Zijn zegen;
daar woont Hij zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,
en 't leven tot in eeuwigheid!
daar woont Hij zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,
en 't leven tot in eeuwigheid!