139.Wij dwaalden allen, wars en blind
Christelijke LevenswandelPresentatie
1
Wij dwaalden allen, wars en blind,
weerstrevend als 't moedwillig kind:
en wie vond ooit, Heer, 't rechte pad
als Ge ons in toorn verstoten had,
als Ge ons in toorn verstoten had.
weerstrevend als 't moedwillig kind:
en wie vond ooit, Heer, 't rechte pad
als Ge ons in toorn verstoten had,
als Ge ons in toorn verstoten had.
2
Maar schoon ons vaak Uw tucht verdroot,
gaaft G' ons niet over in de dood
en droeg het meerd'ren onzer schuld
ontfermend met het teerst geduld.
Ontfermend met het teerst geduld.
gaaft G' ons niet over in de dood
en droeg het meerd'ren onzer schuld
ontfermend met het teerst geduld.
Ontfermend met het teerst geduld.
3
Blijf, Vader, met de tederheid,
die ons, verloornen, zoekt en beidt,
ons dragen, tot van liefde ontgloord
ons hart geheel U toebehoort.
Ons hart geheel U toebehoort.
die ons, verloornen, zoekt en beidt,
ons dragen, tot van liefde ontgloord
ons hart geheel U toebehoort.
Ons hart geheel U toebehoort.
4
Trek telkens meer naar Golgotha
en 't offer, pand van Uw genâ,
naar onze Middelaar ons heen;
Zijn kruis is onze hoop alleen.
Zijn kruis is onze hoop alleen.
en 't offer, pand van Uw genâ,
naar onze Middelaar ons heen;
Zijn kruis is onze hoop alleen.
Zijn kruis is onze hoop alleen.