111.Mijn Heiland heeft Zijn bloed
's-Heeren AvondmaalPresentatie
1
Mijn Heiland heeft Zijn bloed geplengd,
der aard ten heilfontein,
en zondaars met dat bloed besprengd
zijn in Hem vrij en rein,
zijn in Hem vrij en rein,
zijn in Hem vrij en rein;
en zondaars met dat bloed besprengd
zijn in Hem vrij en rein.
der aard ten heilfontein,
en zondaars met dat bloed besprengd
zijn in Hem vrij en rein,
zijn in Hem vrij en rein,
zijn in Hem vrij en rein;
en zondaars met dat bloed besprengd
zijn in Hem vrij en rein.
2
Heeft niet dat bloed op Golgotha
de boet'ling uitgered?
Zo delgt in mij ook Gods genâ
tot d' allerlaatste smet.
Tot d' allerlaatste smet.
Tot d' allerlaatste smet.
Zo delgt in mij ook Gods genâ
tot d' allerlaatste smet.
de boet'ling uitgered?
Zo delgt in mij ook Gods genâ
tot d' allerlaatste smet.
Tot d' allerlaatste smet.
Tot d' allerlaatste smet.
Zo delgt in mij ook Gods genâ
tot d' allerlaatste smet.
3
O heilig Lam, Uw kostbaar bloed
bewaart Zijn waarde en kracht,
tot G' eenmaal 't laatst onrein gemoed
tot reinheid hebt gebracht.
Tot reinheid hebt gebracht.
Tot reinheid hebt gebracht.
Tot G' eenmaal 't laatst onrein gemoed
tot reinheid hebt gebracht.
bewaart Zijn waarde en kracht,
tot G' eenmaal 't laatst onrein gemoed
tot reinheid hebt gebracht.
Tot reinheid hebt gebracht.
Tot reinheid hebt gebracht.
Tot G' eenmaal 't laatst onrein gemoed
tot reinheid hebt gebracht.
4
Dan zingen wij met voller toon
de wond'ren van uw kruis,
als Gij, Gods eengeboren Zoon,
ons leidt in 't Vaderhuis.
Ons leidt in 't Vaderhuis.
Ons leidt in 't Vaderhuis.
Als Gij, Gods eengeboren Zoon,
ons leidt in 't Vaderhuis.
de wond'ren van uw kruis,
als Gij, Gods eengeboren Zoon,
ons leidt in 't Vaderhuis.
Ons leidt in 't Vaderhuis.
Ons leidt in 't Vaderhuis.
Als Gij, Gods eengeboren Zoon,
ons leidt in 't Vaderhuis.
5
Mijn hart gelooft, ik weet, o Heer,
ook ik zal daar U zien;
mij, zondaar, zult G' een plaats der eer,
een gouden harp mij biên.
Een gouden harp mij biên.
Een gouden harp mij biên.
Mij, zondaar, zult G' een plaats der eer,
een gouden harp mij biên.
ook ik zal daar U zien;
mij, zondaar, zult G' een plaats der eer,
een gouden harp mij biên.
Een gouden harp mij biên.
Een gouden harp mij biên.
Mij, zondaar, zult G' een plaats der eer,
een gouden harp mij biên.