11.Alles wat adem heeft
Eere- en LofzangenPresentatie
1
Alles, wat adem heeft, love de Here der heren,
al 't schepsel zinge een jubelzang ter Zijner ere.
Looft Zijne naam,
mannen en vrouwen tezaam,
komt, zingt zijn eer, Halleluja.
al 't schepsel zinge een jubelzang ter Zijner ere.
Looft Zijne naam,
mannen en vrouwen tezaam,
komt, zingt zijn eer, Halleluja.
2
Allen, die zijn verlost, loven de Here der heren,
en, nu van zonden vrij, zingen een lied tot zijn ere.
Looft Zijne naam,
broeders en zusters tezaam,
komt, zingt verheugd; halleluja.
en, nu van zonden vrij, zingen een lied tot zijn ere.
Looft Zijne naam,
broeders en zusters tezaam,
komt, zingt verheugd; halleluja.
3
Allen, die Jezus nog niet kennen als hunne Here,
Roept God nu toe, dat zij zich zonder dralen bekeren.
Geeft Jezus eer,
valt voor Zijn voeten terneer,
Hij maakt u vrij, Halleluja.
Roept God nu toe, dat zij zich zonder dralen bekeren.
Geeft Jezus eer,
valt voor Zijn voeten terneer,
Hij maakt u vrij, Halleluja.