106.Toen Jezus in de laatste nacht
's-Heeren AvondmaalPresentatie
1
Toen Jezus in de laatste nacht
aan 't heilig Paasmaal nederzat,
bleek 't heerlijk met wat teed're macht
Hij ons ten eind' heeft liefgehad.
aan 't heilig Paasmaal nederzat,
bleek 't heerlijk met wat teed're macht
Hij ons ten eind' heeft liefgehad.
2
Ziend' op zijn naad'rend' offerdood
en tot Zijns Vaders wil gereed,
nam, brak en zegende Hij 't brood,
en sprak, het brekend: "neemt en eet".
en tot Zijns Vaders wil gereed,
nam, brak en zegende Hij 't brood,
en sprak, het brekend: "neemt en eet".
3
"Dit is Mijn lichaam, neemt en eet;
mijzelven geef Ik u daarin,
opdat gij u Mijn broed'ren weet,
in Mij vernieuwd tot kinderzin."
mijzelven geef Ik u daarin,
opdat gij u Mijn broed'ren weet,
in Mij vernieuwd tot kinderzin."
4
Toen nam Zijn hand de Paschakelk
en zeeg'nend, als Zijn bloed, de wijn,
sprak Hij: "drinkt allen, en moge elk
deez heil'ge teug ten leven zijn."
en zeeg'nend, als Zijn bloed, de wijn,
sprak Hij: "drinkt allen, en moge elk
deez heil'ge teug ten leven zijn."
5
Zo zitten op Uw woord wij aan
en wachten op Uw zegen, Heer;
U beiden wij, dale eer wij gaan
Uw volle zegen op ons neer.
en wachten op Uw zegen, Heer;
U beiden wij, dale eer wij gaan
Uw volle zegen op ons neer.